‘Hoi mam.’

‘Hoi lieverd. Hoe was het op school? Wat heb je daar?’

‘We moesten een werkstuk maken voor Entropie. Kijk.’

‘Wauw, een universum. Wat mooi!’

‘Mwah. Mag ik een koekje?’

‘In het onderste kastje. Ben je niet tevreden? Ik vind het er heel echt uitzien, hoor. Hoe heb je dat gemaakt?’

‘Nou, we moesten dus eerst de bouwstenen kiezen in de juiste hoeveelheden en die mengen en toen moesten we alles samenpersen tot een singuliteit of zo.’

‘Singulariteit, ja, en toen?’

‘Nou en toen mochten we eindelijk naar de mengkast, maar we mochten de singuliteit niet eens zelf laten ontploffen! Echt boring.’

‘Wie deed dat dan?’

‘De meester natuurlijk. Wij mochten het niet omdat ‘ie het gewoon zelf cool vindt.’

‘Het is ook best gevaarlijk, toch? Wil je thee?’

‘Ja, doe maar. Wat nou gevaarlijk? Kastje dicht en knop indrukken. Hoe moeilijk kan het zijn?’

‘Het zal er vast heel spectaculair uit hebben gezien. Wat ben je toch een knapperd. Laat hem straks maar aan papa zien. Hij is dol op het bouwen van universa. Wat heb je erin gestopt?’

‘Van alles. Deu-te-ri-um, he-li-um, water-stof, tri-ti-um, li-thi-um. Dat soort dingen.’

‘Als je de ingrediënten goed hebt afgesteld, groeit er misschien ook wat.’

‘Dat is al lang gebeurd, mam. Als er niks groeit is het toch ook geen echt universum? Ik heb al een planeet met intelligent leven.’

‘Laat eens zien. Jemig, Deo. Mocht je het leven zo ver laten evolueren van de meester?’

‘Boeiuh. Ik ben een beetje uitgeschoten met de genenstructuur. So what? De suiker is trouwens op.’

‘Deo! Wat hadden je vader en ik ook alweer gezegd over intelligente levenscreatie? Je weet waar het staat.’

Big deal, mam. Ik kan toch voor ze zorgen?’

‘Je zult wel moeten. Hè verdorie, Deo. We hebben al genoeg universa om ons druk om te maken. Wat zei de meester ervan?’

‘Niets. Hij vond het prima.’

‘Dat zal wel, ja. Hoe lang heb je eraan gewerkt?’

‘Zes dagen. Ik wilde daarna nog iets veranderen, maar toen was papa jarig. Dus heb ik het zo gelaten. En toen na de Grote Knal moest ik hem een tijdje laten sudderen om een historie te brouwen. Het leven heeft zich toen ontwikkeld tot een niveau waarvan de meester zegt dat het dingen kan leren.’

‘Heb je evenwicht gebracht tussen gas en materie?’

‘Duh, mam. Dat heb ik toch al gehad bij Stelselbouwkunde… op de kleuterschool.’

‘Ja natuurlijk. Ik vergeet soms hoe groot je al bent. Ah, daar is papa. Laat hem maar gauw zien.’

‘Hé, waar is mijn kleine Deo? Kom hier mannetje, wat heb je daar? Wauw zeg! Heb je een universum gemaakt? Hoi lieverd, kus.’

‘Hoi schat. Wil je thee?’

‘Doe maar een biertje. Lange dag op De Berg.’

‘Pap, kijk nou, er groeit zelfs al Leven.’

‘Wow, echt waar? O ja, goed man. Wat heb je als bindmiddel gebruikt?’

‘Een mengsel van quark-gluonplasma, proton-antiprotonenparen en baryonen. En heel veel Donkere Materie, maar dat klontert nogal.’

‘Ja, het is altijd lastig om donkere materie-beslag glad te krijgen. Wat heb je voor Evolutie gebruikt?’

‘Adaptatie.’

‘Serieus? Zo, dat zijn bonuspunten. Ik zie dat je gebruik hebt gemaakt van Evoluerende Intelligentie?’

‘Ik heb er wat van toegevoegd.’

‘Hopelijk genoeg om het leven te blijven ontwikkelen. Anders gaat het hartstikke dood. Heb je de Zelfreflectiestandaard opgeschroefd?’

‘Dat krijgen we volgend jaar pas.’

‘En toch liet de meester je intelligent leven creëren?’

‘Hij zei er niets van.’

‘Nogal wiedes, hij heeft zelf heel wat multiversa laten verpieteren voor hij Chaos had geperfectioneerd.’

‘Heeft hij dat bedacht?’

‘Ja, wist je dat niet? Meestal laat ‘ie geen kans onbenut om dat te melden. Nou ja, je weet wat dit betekent. Je zult er zelf voor moeten zorgen. Met deze waarden heeft het leven Aandacht, Richtlijnen en Houvast nodig om te overleven. O ja, en Twijfel, dat kun je nog later toevoegen.’

‘Heb ik al gedaan hoor, pap. Maar niet zoveel. Ik wil niet dat ze helemaal hun eigen gang gaan.’

‘Heel goed. En voor de richtlijnen? Je weet dat Leven niet zonder zin kan.’

‘Ik gebruikte Symboliek. Dat moest. Maar ik vind het maar stom.’

‘Stom? Waarom? Je moeder gebruikte altijd Symboliek. Zij is er supergoed in. In haar universa werkt het voortreffelijk. Je kunt altijd mama om hulp vragen.’

‘Ja lieverd, zeg het maar. Wat vind je stom aan Symboliek?’

‘Nou, ik heb het precies zo gedaan als de meester zei: Twee symbiotische vormen, de een fysiek sterk, de ander intelligent. En ik heb ze zoveel bouwstenen meegegeven dat ze zich heel divers ontwikkelen, zonder echt van elkaar te verschillen. Maar ze doen echt vet weird en nemen alle Richtlijnen letterlijk. Losers. Ze blijven passief en in zichzelf gekeerd, weigeren ontwikkeling en houden vast aan bekende stramienen. Maar dat conflicteert toch met Evoluerende Intelligentie? De Symboliek is er vrij duidelijk over.’

‘Heb je Gedragimplicatie toegepast bij Toekomstverwerking?’

‘Nee, ik wist niet hoe dat moest.’

‘Tsja, het probleem zit hem dan in de Intelligentiecapaciteit van het microgen Es. Die heb je ingesteld op zestien procent, maar dat is veel te weinig als je kijkt naar de sterkte van je Symboliek. Het leven op die planeet zal het nooit ontcijferen en daarom zullen ze niet begrijpen dat ze zich door het hele universum moeten bestuiven. Je had dus een calculatie moeten uitvoeren waarbij Es uiteindelijk gelijk staat aan Exo.’

‘Zodat het Leven zich verspreid?’

‘Precies. Gen Es is Exo dus. Snap je?’

‘Dat heb ik precies zo ingesteld, maar het Leven is te dom om het te begrijpen. Kan ik dat nog herstellen?’

‘Jawel, maar dat is wel heel veel werk hoor. Ik heb die fout ook eens gemaakt.’

‘Wat gebeurde er toen?’

‘Alle intelligente begroeiing werd zelfdestructief. Maar goed, dat is alweer een stap verder in de Universica. Wil je dat gaan studeren? Net als ik?’

‘Kweenie.’

‘Nou, je hebt wel talent. Kijk eens naar de feminiene vormgeving! Zeer, zéér goed gelukt zeg!’

‘Ahum!’

‘Sorry schatje. Het doet me denken aan jou. Deo heeft niet voor niets gen Es naar zijn evenbeeld gemaakt. De feminiene waarden hebben dus jouw bouwstenen.’

‘Ja ja, klets je er maar uit.’

‘Maar daar komt de bestuiving niet ver mee, pap. Het leven denkt niet op microniveau.’

‘Dat ligt aan de Masculiene waarden, Deo. O schat, geef me niet zo’n blik.’

‘Ik zeg niks… behalve gen Es en evenbeeld…’

‘Negeer je moeder maar. Kijk, je compenseert ze niet voor de tekortkomingen in de intelligentiecapaciteit. Maar, wat is het, hier, zestien procent is operationeel. Dat is gewoonweg te weinig. Je kunt een additionele waarde geven met artificiële berekeningskracht, maar dan nog moet het leven de symboliek ontcijferen van wat evenbeeld inhoudt. Ze hebben niet de capaciteit om Symboliek en kwantumniveau te verenigen. Helaas is artificiële intelligentie alleen creatief genoeg om Symboliek verder te ontcijferen wanneer de Feminiene waarden de overhand nemen. Een teveel aan Masculiene waarde staat dat niet toe omdat die uiteindelijk niet de creërende levenswaarde is, maar de uitvoerende. De waarde die vervangbaar is door artificiële waarden. Ergo?’

‘De Masculiene waarde wordt zelfdestructief?’

‘En de Feminiene waarde kan dat niet compenseren, denk ik. Op dit niveau zal de feminiene waarde imploderen door een gebrek aan bindmiddel. Het valt gewoon uit elkaar. Toch vind ik het een dappere poging van je om een eerste levensvatbaar universum te bouwen. Wat voor cijfer heeft de meester je gegeven?’

‘Een net-aan-voldoende. Maar alleen omdat er teveel Chaos in zit.’

‘Haha, nou goed zo. Zet hem maar op de schouw. Ik ben benieuwd hoe lang je Universum het volhoudt.’

Lange tijd later

‘Hallo lieverds!’

‘Hoi mam.’

‘Hoi oma!!’

‘Hee schatje. Hoe is het met mijn knappe kleindochter? Wauw, wat een dame ben je toch al. Is je moeder er niet?’

‘Ze moest werken, mam.’

‘Ah, jammer. Nou, ga maar lekker zitten. Willen jullie wat drinken?’

‘Ja, lekker. Waar is pa?’

‘Ja! Opa!’

‘Haha, die zal zo wel komen denk ik. Hij is druk bezig met het opruimen van de zolder. O, Deo, dat doet me denken. Kijk eens wat ik vond op zolder.’

‘Joh, heb je die bewaard?’

‘Wat is dat, pap?’

‘Dat heeft je vader gemaakt op school, lang lang geleden.’

‘Het is een universum. Maar, ma! Hij doet het nog!’

‘Ja, ongelooflijk hè? De samenstelling was toch sterker dan je toen had verwacht. Zelfs de intelligente begroeiing leeft nog.’

‘Ongelooflijk.’

‘Mag ik eens kijken, pap?’

‘Ja, tuurlijk. Kijk, daar. Dat is de planeet waar het Intelligente Leven is begonnen. Wat heb ik het dichtbij de rand geplaatst zeg.’

‘Je had toen wat kortere armpjes, Deo. Ik denk dat je er zo beter bij kon.’

‘Hoe heette die planeet ook alweer? Weet jij dat nog, mam?’

‘Aarde. Zo had je hem genoemd.’

‘O ja, Aarde. Ohwww.’

‘Wat is er, pap?’

‘Nou, het werkt nog allemaal, maar echt ver is het Leven nog niet gekomen. Haha, ze werken vast nog steeds aan de Symboliek. Die had ik nogal strak afgesteld.’

‘Wat moeten ze doen dan, pap?’

‘Het universum ontdekken natuurlijk! Kijk, op andere plaatsen ontwikkelt zich ook begroeiing. Mam, heb je dat gezien? Het Leven reproduceert zich.’

‘Ja, dat zei je vader ook al. Het meeste is wel onkruid hoor. Maar er zitten nog wel goede stukjes tussen. Ik betwijfel alleen of het Leven op die Aarde het gaat redden. Misschien kun je met nieuwe technieken wat Intelligentie opschroeven en wat nieuwe Richtlijnen toevoegen? Het is net alsof het erop zit te wachten.’

‘Ik weet het niet hoor. Sleutelen aan zo’n ding kost best veel tijd. Maar wel leuk hoor. Zeker als je bedenkt welke oude technieken we toen hadden.’

‘Wat wil je ermee doen? Wil je het houden of zal ik hem weggooien? De zolder moet echt leeg voor Lea’s logeerkamer.’

‘Hmm, tsja. Nee, ik neem hem wel mee. Ik vind het wel geinig. Misschien doe ik er nog iets mee.’

‘Mag ik er anders mee spelen, pap?’

‘Ach ja, Deo. Het zal haar goed doen. Kinderen leren enorm veel van huisuniversa.’

‘Ah, toe, pap!’

‘Nou, goed dan. Zolang hij het nog doet, doet ‘íe het. We geven dit universum een tweede kans. Maar nu gaan we eerst naar opa.’

‘Jeej! Opa! Opa! Ik heb een universum gekregen!’